De geschiedenis van Lignano
De naam van Lignano stamt van lupignanum, wat "door wolven bewoond gebied" betekent. Het schijnt ook bekend te hebben gestaan als het "bos van de vele houtsoorten". Het was een klein havenplaatsje waar de vissers uit Marano zich hadden gevestigd om de aanwezige pijnbossen te exploiteren. In de Romeinse tijd werd Lignano waarschijnlijk doorkruist door de Via Annia die Concordia met Aquileia verbond; hiervan getuigen talrijke straatstenen die door vissers zijn gevonden.
In de vroegste afbeeldingen van Lignano, die dateren van rond de overgang van de zestiende naar de zeventiende eeuw, komt het schiereiland naar voren als rijen duinketens, doorweven van een fijnmazig systeem van kanalen en de strook zandstrand, dichtgeplante zwarte dennen, steeneiken, heesters (muisdoorn), een aantal huisjes aan de kant van de lagune, een vissershut en een kerkje.
Tijdens de Middeeuwen kwam het onder het gezag van het Patriarchaat van Aquileia en vervolgens aan het Graafschap van Gorizia. In 1542 werd het toenmalige dorp van fortificaties voorzien door de patriarch Grimani, maar in de loop van het daarop volgende jaar werd het fort verwoest door een inval van de Venetianen en vervolgens raakte het gebied in verval. In 1813 begon zich een kleine gemeenschap van inwoners te vormen en aan het begin van de twintigste eeuw werden de eerste hotels gebouwd die het begin inluidden van het grote succes van Lignano als toeristische trekpleister en bestemming voor internationaal toerisme.
De bloeitijd van Lignano begon in de jaren ´50, vooral door de initiatieven van particuliere ondernemers die een nieuwe impuls gaven aan de bouw en aan de stedenbouwkunde, wat de ware bestemming betekende van Lignano als toeristische badplaats